Afgelopen weekend volgde ik een workshop die verder niets met beeldende kunst te maken had, maar die wel gedeeltelijk plaatsvond in een schildersatelier. De restanten van het schilderwerk dat daar ooit gemaakt was, waren door het hele atelier zichtbaar: op stoelen en tafels, op de vloer en op schilderplanken; overal waren de resten te vinden van creatieve uitspattingen. En juist deze achtergebleven sporen van werk vond ik dan weer heel inspirerend. Het zouden zomaar kunstwerken op zich kunnen zijn, of misschien het begin van weer iets nieuws.
Last weekend I attended a workshop that had nothing to do with visual arts, but part of it took place in a painting studio. Remains of the work were visible throughout the whole space: on chairs and tables, on the floor and on easel backgrounds; dried-up paint could be found everywhere. And exactly these traces of work that were left behind inspired me somehow. They could be works of art in themselves, or a starting point for something new.


